Vandaag dag 3 in Permuteran, helemaal bovenaan Bali. Klein paradijselijk strandje. Plekje met bijna geen toeristen, en al zeker niemand buiten seizoen (wat het nu is).
Veel is hier niet te beleven, behalve stilte…en het heerlijk onophoudelijk gekabbel van de golven van de zee.
Bestaat er een fijner of meer rustgevend geluid op de wereld ?
Voor mensen die van de kust(streek) afkomstig zijn zeker niet. Vroeg of laat worden wij (kustmensen) steeds opnieuw weer aangetrokken tot de zee. En tot de onwaarschijnlijk impact dat zo iets ongelooflijk eenvoudig, maar ook zo iets ongelooflijk schoon op je kan hebben (zelfs al drijft er hier per momenten toch redelijk wat afval in het water).
Zit het in de genen ? Ik weet het niet, maar voor onze kids was een dagje Belgische kust altijd al een bijna niet te kloppen ervaring. Zeker voor een onstopbare waterrat als Mina.
Mina en Viggo hebben hier de tijd van hun leven. Viggo zegt nu steeds dat hij Bali leuk vindt (alleen ‘s avonds laat bedenkt hij zich soms half nog eens en probeert hij ons met zijn vermoeide blik nog eens te pakken. Dan zegt hij:’ik wil niet naar huis’, om zich dan verward snel te herpakken: ‘eeuh…ik wil wel naar huis…euhmm…’
Voor we vertrokken hebben we gezegd: we reizen op het tempo van de kids, niet zes weken lang van hier naar daar meesleuren om ze vanalles te laten zien.
Wat doe je dan op zulke dagen ?
Simpel: beetje lezen, beetje luieren, hapje eten, wandelingetje doen, beetje zwemmen, spelen met de kids, beetje snorkelen, even plonsen in het zwembad, nog een drankje, nog wat spelen met de kids, verder lezen (best een drukke dag als je het zo neerschrijft J )
En vooral heel veel bezig zijn met elkaar.
En nog wat snorkelen tussen het koraal dat op amper 20 meter van het strand is.
En nog wat snorkelen tussen het koraal dat op amper 20 meter van het strand is.
Soms moet je maar vijf meter wandelen of je komt al enkele van Nemo’s vriendjes tegen. Wonderbaarlijk mooi en mega fascinerend, die onderwaterwereld.
Mina en Viggo zijn nog wat te bang om te snorkelen, daarom deze ochtend een trip gemaakt met een boot waarvan een stuk van de onderkant in glas is. Zodat ze ook een beetje een snorkel-ervaring zouden kunnen hebben.
Toen we een eindje van de kust waren, stopte onze begeleider de boot en riep enthousiast uit dat hij een dolfijn gezien had, “A big one !”.
Kim en ik stonden net letterlijk op het punt om in het water te springen en te gaan snorkelen, dus wij in de wolken.
Tot de brave man riep:”Wait, it’s no dolphin !”
“It’s a whale”, zei Kim, want het dier kwam in de verte even boven water en was echt veel te groot om een dolfijn te zijn.
En toen zagen we een hele grote vin boven water uisteken en recht op ons afkomen…
“It’s a wild shark” riep de schipper opgewonden uit.
Het waren er zelfs twee.
De beesten van vier en een halve meter kwamen recht op on af zwemmen.
‘Jaws’ (nog steeds één van de beste films aller tijden) flitste door mijn hoofd.
Ik hoorde de muziek er al bij…
De twee haaien bleven kaarsrecht naar ons toe zwemmen…zonder te stoppen.
Ze doken onder onze boot, voelden met hun snuit vlak langs de rand, cirkelden dan nog eens rond en langs ons (op minder dan een meter) en waren dan weer weg.
Onze schipper was heel enthousiast. “Wild shark, very, very big mouth.” Zei hij. Wij ook enthousiast, maar de zin om te snorkelen was toch wel even weg.
“Was dat een haai?” vroeg Mina.
“Bijten haaien ?” vroeg Viggo.
“They won’t bite. You can try to swim with them’ zei de man.
Maar toch… De ontmoeting was te indrukwekkend. Wat een enorme kolos. En wat een onwaarschijnlijk krachtige uitstraling.
Dus nog wat rond gevaren en dan weer naar het strand…waar je vlakbij ook heerlijk kan snorkelen.
En genieten van elkaar. Want dat doen we hier met volle teugen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten